Wanneer je heel graag met iemand wilt samenwerken, vraag je diegene wat hij of zij graag zou willen uitvoeren. Zo kwamen we samen met Hannes Minnaar uit bij Bachs Dritter Theil der Clavier Übung, oftewel de Orgelmis (1739): Bachs grootste orgelwerk dat tijdens zijn leven in druk verscheen.

Nu wisten we wat zijn favoriete muziek was. Maar onze nieuwsgierigheid was nog niet gestild, dus stelden we hem vier vragen.

De meeste mensen kennen je als pianist. Maar je liefde voor het orgel is volgens mij minstens zo groot. Waarom ben je naast piano ook orgel gaan studeren?

“Mijn eerste pianolerares was ook organist. Ze nam me weleens mee naar het orgel. Dat vond ik totale magie: een wenteltrapje op en dan al die klavieren, registers en toetsen — onzichtbaar voor iedereen, maar wat een pracht aan geluid!

Toen we naar een ander dorp verhuisden, wisten ze me snel te vinden: op m’n twaalfde verjaardag begeleidde ik mijn eerste kerkdienst. Dat heb ik zo’n tien jaar met grote passie gedaan.

Het pedaalspel leerde ik mezelf aan en ik las alles over orgels wat ik kon vinden. Toch duurde het tot ik naar het conservatorium ging om piano te studeren voordat ik mijn eerste echte orgellessen kreeg.

Ik rook mijn kans en ging studeren bij Jacques van Oortmerssen, een geweldige organist en pedagoog. Ik moest toen wel praktisch opnieuw beginnen om een goede techniek aan te leren. Zijn lessen hebben mijn kijk op muziek enorm verrijkt en waren een heel goede aanvulling op de lessen die ik bij Jan Wijn volgde.

Na het Koningin Elisabeth Concours nam mijn pianocarrière een grote vlucht en besloot ik met pijn in het hart het orgelspelen voorlopig te stoppen. Maar in coronatijd kreeg ik de kans én de tijd om het weer een beetje op te pakken. Sindsdien geef ik ook weer orgelconcerten.”

Kom je uit een muzikaal gezin?

“De laptop waarop ik dit typ staat op het harmonium dat ik van mijn oma heb geërfd: een heel mooi Frans exemplaar. Ze speelde daarop vroeger op zondagmiddag liederen uit Johan de Heer, al heb ik dat zelf helaas nooit gehoord.

Ik kan dus niet zeggen dat mijn familie niet muzikaal is, maar verder is er niemand die een instrument bespeelt. De motivatie kwam toch vooral uit mezelf. Inspiratie kwam eigenlijk uit alles wat ik hoorde: als kind het kerkorgel en de dorpsfanfare, later zocht ik het natuurlijk zelf zo veel mogelijk op.”

Wij kennen je vooral als solist. Hoe is het om met Het Nederlands Bach Consort samen te werken?

“Eigenlijk vind ik kamermuziek de mooiste manier van muziekmaken. Daarbij is er communicatie op het podium: je reageert op elkaar, geeft elkaar ruimte en laat je door elkaar inspireren.

Dat is een ideaal dat ik zoveel mogelijk probeer mee te nemen wanneer ik solo speel of met orkest soleer. Je bent eigenlijk altijd in dialoog: met het instrument, de ruimte, met jezelf en soms ook met de situatie, die altijd weer anders is.

Omdat we bij dit project afwisselend spelen, is de voorbereiding niet zo anders dan bij een soloproject. Maar de bedoeling is natuurlijk dat onze stukken tijdens de concerten met elkaar in dialoog gaan en op elkaar reageren.

Met de haiku’s van Jan-Jaap en de compositieopdrachten zijn alle ingrediënten daarvoor in ieder geval aanwezig. Ik heb er heel veel zin in.”

Waarom koos je voor Bachs Clavierübung III?

“Zelfs binnen het werk van Bach is de Clavierübung III een hoogtepunt: zijn belangrijkste werk voor het instrument dat hem misschien wel het meest dierbaar was.

Volmaakt in alle opzichten, in zekere zin een grote brok theorie en dogmatiek. Met de teksten van Jan-Jaap en de compositieopdrachten proberen we als 21e-eeuwse mensen iets dichter bij dit voor Bach toch ook heel persoonlijke stuk te komen.

Ongeëvenaarde orgelmuziek in al zijn facetten: diepzinnig, verstild, overdonderend en geniaal. BACH!”

Youtube video